Als ik één eigenschap moet kiezen die mij het best omschrijft, dan is het nieuwsgierigheid. Nieuwe dingen doen en leren is voor mij een hobby op zich, ongeacht het onderwerp. Als we dan even negeren dat dit zorgt voor onrust, besluiteloosheid en een gebrek aan focus kan ik trots stellen dat dit mijn beste eigenschap is.
En van alle onderwerpen slurpt geschiedenis het grootste deel van mijn leergierigheid op, de laatste tijd vooral regionale geschiedenis. Het mag dan ook geen verassing zijn dat ik erg genoot van een rondleiding door mijn ‘kantoor’: het eeuwenoude provinciehuis. Met vergaderingen die hier al sinds 16 juni 1602 plaatsvinden, is dit provinciehuis de onbetwiste nestor van Nederland.
De collega die de rondleiding gaf, merkte mijn interesse op en raadde me aan om eens de Groninger Archieven te bezoeken. Daar had ik eerder nooit bij stilgestaan, maar een aantal maanden later stond ik samen met een vriend, Hesse (tevens afgestudeerd in geschiedenis) in het nette, sfeervolle gebouw aan het Cascadeplein.
De meeste bezoekers komen hier met een concrete onderzoeksvraag; wij niet. Wij zagen het bezoek meer als een museumuitje. Mijn pogingen om vóór het bezoek via de mail wat tips los te peuteren bij mijn collega en de medewerkers van het archief, werden vriendelijk beantwoord met een verwijzing naar de databank, waar ik zelf kon zoeken. Maar ja, te veel opties is soms nog lastiger dan te weinig, en ik kwam er niet uit.
Gelukkig was Hesse geen archief-feut meer en had hij wél een idee waar we konden beginnen. Onderwerp; ‘sauvegarde’, ofwel: ‘een beschermbrief of document waarmee individuen, bepaalde groepen, instellingen of plaatsen door een hoge autoriteit zoals de koning, werden gevrijwaard van plundering, brandschatting of inkwartiering door, bijvoorbeeld, soldaten.’, aldus Wikipedia.
Zo speurden we op een vrijdagmiddag in boeken die volgens de databank meer over ons onderwerp konden vertellen. En zo bladerde ik door een vergadertranscript van de Provinciale Staten, zelfs daterend van vóór de ingebruikname van eerdergenoemde vergaderzaal in het provinciehuis.

Vijftienhonderd-negen-én-negentig tot zestienhonderd-én-één – de Tachtigjarige Oorlog was al ruim dertig jaar gaande en, zo viel te lezen, ook in Noord-Nederland liet de Spaanse vijand zich zien. Althans, ‘te lezen’… Door het eeuwenoude schrift twijfelde ik of het Nederlands was dat ik las, of dat het tijd werd om een afspraak bij de opticien te maken. Gelukkig kon ChatGPT het wél lezen, vertalen naar modern Nederlands, en in de juiste historische context plaatsen.
Zo las ik over een prominente heer die toestemming kreeg om het stedelijke leger te lenen ter verdediging van een belangrijke locatie. Wel op voorwaarde dat hij het gezag overdroeg aan een officier, want ook al was zijn doel gerechtvaardigd, hij werd niet volledig vertrouwd. ‘Maanden’ later volgden pagina’s vol beschrijvingen van de teruggekeerde soldaten, een nauwkeurige telling van wie de strijd had overleefd. Verder stond het boek vol met dit soort alledaagse maar toch intrigerende verhalen. Wat niet vreemd is, wanneer je leest in een boek dat 425 jaar geleden is geschreven, gevuld met statenleden van wie de prominente achternamen tegenwoordig als straatnamen in Groningen te vinden zijn.
Het gros van de inhoud van het archief moet je aanvragen en wordt door een medewerker gehaald, maar in de studiezaal zijn ook een aantal interessante boeken te vinden. Zo vond ik een boek gewijd aan Groningers met een drankvergunning vanaf 1600, waarin op elke bladzijde een feitelijke opsomming stond van de inwoners die dat jaar een vergunning bezaten. En een boek over Lutjegast, waarin ik zelfs foto’s van mijn oom, tante, neef en nicht tegenkwam.

Al met al is het uitstekend vertoeven in de archieven. Vooral dankzij de medewerkers, die – ondanks dat ze mijn eerdere e-mailverzoek niet konden beantwoorden – nu enorm behulpzaam bleken. Ze vertelden enthousiast over het archief en maakten ons verder wegwijs. We kregen zelfs allebei een prachtig boek vol verhalen over het archief, geschreven door bezoekers en gebruikers. Hieruit kunnen we inspiratie halen een onderzoeksrichting voor een volgend bezoek.
Door het stoffige imago roept een bezoek aan het archief bij weinigen avontuurlijke associaties op, zelfs niet als het om een mini-avontuur gaat. Maar ik weet inmiddels beter: dit is de perfecte activiteit om de sleur te doorbreken. Ik ben iets wijzer geworden over het begrip sauvegarde, en het is beslist laagdrempelig, gratis en verrassend. Om het zo te zeggen: ik kan me niks voorstellen wat zo dicht in de buurt komt van een tijdmachine, als een bezoek aan je lokale archief.
