Mini-avontuur 3 – Sportieve pauze

dinsdag 22 juli (geschreven op 4 augustus )

Het mag geen geheim meer zijn: zitten is het nieuwe roken. Vooral de laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de ongezonde kant van beeldschermwerk. Wat vroeger als een veilige kantoorbaan gold, staat inmiddels bekend als risicovol. Volgens de Arbowet zijn werkgevers verplicht hun werknemers hierover voorlichting te geven, en in het Arbeidsomstandighedenbesluit is een uitgebreide set richtlijnen opgenomen.

Zelf ben ik ook zo’n risicogeval en heb ik geregeld last van mijn nek, rug of schouders. Blijkbaar valt er voor mij nog het een en ander te leren als het gaat om het handhaven van een ergonomische werkhouding. Wat ik inmiddels wél weet, is dat de beste houding ‘de volgende’ is – oftewel: variatie is key. Ook beweging is cruciaal: elke 25 minuten even vijf minuten van je plek af en een stukje lopen. Zelf probeer ik elke pauze minstens een half uur te wandelen, weer of geen weer.

Maar daar is nog een overtreffende trap voor. Tijdens mijn eerste week kreeg ik een rondleiding en zag ik kort de kleedkamers en douches, maar sindsdien heb ik er nooit gebruik van gemaakt. En hoewel ik vrijwel dagelijks sport, doe ik dat altijd ná werktijd, nooit tussendoor. Maar in het kader van variatie en beweging: wat is er nou beter dan dat?

Rond twaalf uur werk ik de laatste taken af terwijl ik achter mijn bureau mijn lunch eet. Collega’s die me uitnodigen om mee te wandelen, bedank ik vriendelijk. Even later sta ik gretig aan de start van een van tevoren uitgestippeld rondje van 5 km door de binnenstad. Terwijl ik loop, laat ik de stijfheid van de bureaustoel langzaam achter me. De afspraak om 13.00 uur waarvoor ik op tijd terug moet zijn, werkt extra motiverend.

Normaal gesproken hardloop ik in een laag tempo, oefenend voor lange afstanden in plaats van snel en kort. Tempo maken is dan ook even wennen, maar niet lang. Al snel besef ik hoe leuk snel eigenlijk is. Gaandeweg realiseer ik me dat ik telkens sneller kan dan ik dacht, en eindig uiteindelijk een tiental meters voor kantoor. Al rekkend wandel ik terug en bekijk vervolgens de statistieken:

5.02 km Afstand

21:53 Tijd

4:21/km Gemiddeld tempo

150 Gemiddelde hartslag

24.6 °C Gemiddelde temperatuur

352 Calorieën

Hoewel ik met bijna twee minuten ruimschoots boven de 20 minuten zat, realiseer ik me dat een 5 km onder de 20 minuten zeker haalbaar is. Mijn gemiddelde hartslag liet nog genoeg ruimte zien – die kan duidelijk hoger. Bovendien was het vandaag vrij warm, moest ik af en toe nadenken over de route en wist ik nog niet precies hoe hard ik mezelf kon pushen.

Die inzichten zorgen ervoor dat er naast het spoor van langeafstandslopen ook een nieuw pad is ontstaan: de sub-20 minuten 5 km. Waar ik de training voor mijn vorige twee marathons nog zonder schema’s of specifieke apps deed — ik ging gewoon hardlopen — heb ik nu de ‘Runna’-app gedownload. Ik maak een plan om voortaan in de pauzes op dinsdag en/of donderdag te trainen, met als doel die 20-minutengrens te doorbreken.

Omdat ik dit rondje nu eenmaal heb gelopen, is het de volgende keer niet meer nieuw. Maar omwille van de variatie kan ik ook eens kiezen voor een frisse start en hardlopend naar het werk gaan. Of juist direct vanuit kantoor naar huis. Mijn route bracht me bovendien langs het stadsstrand, wat me op het idee bracht om in een volgende pauze misschien eens een duik te nemen.

Kortom: volop nieuwe ideeën, 350 calorieën verbrand en de bureaustoel-stijfheid weer even uit mijn spieren gelopen. Een nieuw doel, en misschien wel een nieuwe traditie, is geboren. Wordt vervolgd…

Update 19-08: Met de eerstvolgende keer hardlopen in de pauze bereik ik mijn eerder gestelde doel: 5 km met een tempo van 3:54/km, oftewel 30 seconden onder de 20 minuten.