Mini-avontuur 6 – van West, naar Noord, naar Zuid naar Oost.

zaterdag 7 juni, zaterdag 28 juni, vrijdag 11 juli, vrijdag 25 juli (geschreven op 31-08-2025)

Een van de beste manieren om op avontuur te gaan, is door gewoon op pad te gaan. Daarvoor hoef je echt de evenaar niet over te steken, hoogstens de stads- of dorpsgrenzen. Onlangs ontdekte ik hoe leuk het is om dat hardlopend te doen. Waar ik voorheen uit gemak altijd hetzelfde rondje van 7 km liep, desnoods meerdere keren achter elkaar, laat ik me nu met het OV ergens afzetten om vervolgens terug naar huis te rennen.

Althans, de eerste keer startte ik nog gewoon vanaf huis; maar wel met een andere route, verassend dichtbij. Zeilende boten brachten me op het idee hier ooit met mijn vader te gaan zeilen (nog niet uitgevoerd…), en tegelijkertijd realiseerde ik me hoeveel natuur er eigenlijk om de hoek van mijn huis ligt. Zo kwam ik langs een molen, wat uiteindelijk leidde tot het idee voor mini-avontuur 2. Verder verwonderde ik me over de prachtige huizen, terwijl ik droomde daar ooit te wonen – zo midden in de natuur, maar toch dicht bij de stad. Tegelijkertijd viel mijn oog ook op oude, vervallen woningen, die me weer met beide benen op de grond zetten en deden beseffen wat de kosten waarschijnlijk zijn.

Uiteindelijk liep ik 25 kilometer, deels langs stukken die ik al kende maar nog nooit te voet had verkend, en deels langs volledig onbekend terrein. Lopend ga je trager; zonder oortjes en muziek ben je aandachtiger en neem je je omgeving veel bewuster waar. Je ziet meer dieren, komt langs bijzondere paden en krijgt een beter gevoel voor de omgeving. Het is alsof je mentale TomTom een update krijgt.

De tweede keer nam ik de bus naar het startpunt van de tweede etappe van het Pieterpad: 24 kilometer terug naar huis, vanuit wat volgens de ANWB het mooiste dorp van Nederland is. Misschien verklaarde dat de drukte en had ik niet verrast moeten van het aantal toeristen.

Het was druk in het dorp, veel drukker dan ik had verwacht als je me van tevoren om een inschatting had gevraagd. Ik zag toeristen en locals, en dook snel een restaurant in om gebruik te maken van het toilet. Daarna volgde ik de bordjes van de route en bevond me al snel midden in de natuur.

Het was druk in het dorp – veel drukker dan ik had verwacht als je me van tevoren om een inschatting had gevraagd. Overal zag ik toeristen en locals, en ik maakte dankbaar gebruik van de drukte door snel een restaurant in te duiken om gebruik te maken van het toilet. Daarna volgde ik de bordjes van de route en bevond me al snel weer midden in de natuur.

Of ‘natuur’… het waren vooral weilanden met koeien, schapen en paarden; eigenlijk landbouw en grotendeels kunstmatig. Maar toch: je bent buiten, het is groen, typisch Nederlands, en daarmee is ons biljartlaken van (grotendeels) Engels raaigras dat we natuur noemen toch best uniek en leuk. Hoewel ik evengoed een zeikende Nederlander kan zijn, waardeerde ik onze fantastische infrastructuur enorm. Een telefoon voor navigatie heb je niet nodig; overal staan bordjes en duidelijke instructies.

Aanvullend: zo stond ik op een gegeven moment op een plek waar het kanaal overging in een T-splitsing, en zag ik in één oogopslag, binnen een straal van enkele honderden meters, vijf (beweegbare) bruggen en één sluis. Niet voor niets behoren we tot de landen met de beste infrastructuur ter wereld. Verder kom ik onderweg geregeld borden tegen met uitleg over de lokale geschiedenis, – kunstwerken, – recente investeringen of – de flora en fauna, perfecte voeding voor mijn nieuwsgierigheid.

Voor de start van de derde trip moest ik eerst hardlopend naar een bushalte, vanwaar ik de bus nam naar het beginpunt van opnieuw een etappe van het Pieterpad. Ik kende dit dorp alleen van het liedje ‘Berend Botje’ en wist er verder niets van. Toch wist het me te verrassen: er stond een casino en het was drukker en groter dan ik had verwacht. Maar al snel verruilde ik de bebouwde kom voor uitgestrekte maïsvelden en bossen.

Net als de vorige keren kwam ik onderweg talloze kraampjes tegen waar je een versnapering kon kopen. Ook buiten de bebouwde kom is de Nederlander ondernemend. Wandelaars die het Pieterpad doorkruisen hoeven niet te vrezen voor een gebrek aan snacks – en misschien is dat ook logisch, want er zijn er nogal wat. Er wordt gretig gewandeld, en het Pieterpad en de schaarse natuur worden drukbezocht. Bovendien, wat ik de vorige keren ook al waardeerde: iedereen groet elkaar en je kunt rekenen op een hele hoop bemoedigende knikjes of glimlachen. Er is echt sprake van een soort sociale cohesie en herkenning die je tijdens het hardlopen in de stad zelden tegenkomt.

In tegenstelling tot de vorige keer kwam ik ditmaal wél door ‘echte’ Nederlandse natuur: minder weilanden, meer bossen. Niet vlak, maar heuvelachtig. Minder asfalt, meer zandweggetjes. Maar ook dit keer weer dicht bij huis, langs plekken die ik eerder alleen van de kaart kende. Genoeg om positief over te zijn dus, ondanks dat het sportief gezien wat minder ging. Het was de kortste tocht tot nu toe maar ditmaal kwam ik wandelend in plaats van hardlopend thuis. Blijkbaar zijn die heuvels en zandweggetjes niet prestatie bevorderend.

De vierde keer begon ik met hardlopen naar een ander treinstation, waardoor ik inmiddels vier verschillende vertrekpunten heb gebruikt. Verandering van spijs doet eten, zelfs als het om het OV gaat. Zolang je variatie en nieuwigheid in al hun vormen maar weet te waarderen. En dat was ook wel een beetje nodig voor deze trip. Vanuit mijn appartement gezien was het oosten de enige windrichting die ik nog niet had verkend. Met reden, want mijn inspiratie voor een mooie route in die richting was wat minder groot.

Scheelt dus weer dat wat ‘mooi’ is subjectief is, en dat variatie voor mij voldoende is, want ditmaal maakte de natuur plaats voor meer industrie en snelwegen. Langs een PostNL-distributiecentrum verwonderde ik me over de bedrijvigheid en het aantal mensen en busjes dat daar rondreed. Dat leidde tot een moment van reflectie over onze consumptiecultuur — al duurde dat niet lang, want een van die busjes sjeesde gevaarlijk hard voorbij, wat me meteen weer deed nadenken over de beweegredenen achter asociaal rijgedrag.

Verder sta ik opnieuw versteld van de hoeveelheid ondernemerschap die je onderweg tegenkomt. Afgaand op het nieuws zou je denken dat we afstevenen op een crisis. We zijn niet innovatief genoeg en het ondernemersklimaat is klote. Maar als je door dorpen en over industrieterreinen loopt, krijg je een heel ander beeld. Het stikt van de activiteit en van bedrijven met een niche-focus waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden. Vind ik toch mooi om te zien.

Datzelfde geldt voor lopen langs wegen, zoveel verkeer doet je afvragen waar al die mensen zo snel naartoe moeten. Ook al is de omgeving minder idyllisch, er is wederom genoeg om over te mijmeren. Zo valt het me op dat een dorp waar ik doorheen loop een kleurencombinatie van containers heeft die ik nog niet eerder had gezien. En doordat ik per ongeluk verkeerd loop, kom ik langs een paar campings die groter en levendiger zijn dan ik had verwacht, én langs een dorpscentrum dat zo goed als verlaten leek – was het niet voor een Chinees restaurant met een poster voor een feest aanstaande zaterdag, wat me dan weer deed denken aan het decor van een Rundfunk-film.

Uiteindelijk liep ik de stad weer binnen. Over onbekend terrein, slechts honderden meters van mijn huis vandaan maar toch nieuw. Mijn mentale TomTom is weer geüpdatet met plekken die ik eerder alleen van de kaart kende. Daarnaast ben ik vier mini-avonturen rijker en loop ik zelden nog hetzelfde rondje; ik combineer het hardlopen nu met ontdekken. Hoewel het nadenken over een route het tempo niet altijd ten goede komt, geeft het me wel een hernieuwde interesse in mijn eigen omgeving. Ook laat ik mijn oortjes en muziek thuis.

Dit hadden even goed vier losse verhaaltjes kunnen zijn. Ook in een straal van 20km rondom je woning is er avontuur. Ontdek wat je hebt. En dat is, ook (of vooral) in Nederland, heel veel. Zolang je maar goed kijkt.