Mini-avontuur 7 – Endeavor 

vrijdag 22 – en zaterdag 23 augustus (geschreven op 10 oktober)

Hoewel ik het al twee keer eerder heb gedaan, wil ik nog steeds eens écht leren zeilen. Mijn vriendin en ik zijn bovendien wel toe aan een nachtje ertussenuit. Terwijl voor velen de zomervakantie in volle gang is, dendert onze 40-urige werkweek gewoon door. Toch blijft het zeilen dit keer uit: de mast is van de boot verwijderd. In plaats daarvan varen we nu op een benzinemotor, een stuk laagdrempeliger. Misschien wel zo handig zonder veel ervaring.

Vol goede moed, en na een korte uitleg over het belang van samenwerking aan boord en wat oefening in keren, sturen en aanmeren, steken we van wal. Vanuit de stad keren we terug naar het platteland, een regio die we allebei goed kennen omdat we hier zijn opgegroeid. Toch ziet alles er vanaf het water ineens heel anders uit.

Bovendien — ik kan er geen beter woord voor vinden — stelde dat ‘ontspannen vakantiegevoel’ zich al kort na vertrek in. Dat moment waarop je lichaam beseft dat het niets hoeft te presteren of te werken, maar gewoon mag rusten. Waar bevers een afkeer hebben van stromend water, werkt dat bij mensen juist omgekeerd: het geluid van kabbelend water brengt je in een soort flow. Zelfs met een redelijk luidruchtige Suzuki-motor naast je, en ondanks dat er af en toe een auto voorbijrijdt.

Blijkbaar activeert het zien en horen van water het ‘parasympathische zenuwstelsel’, dat verantwoordelijk is voor rust en ontspanning. Hierdoor dalen je hartslag en bloeddruk, waardoor het lichaam zich ontspant en je gemakkelijker herstelt van stress. Het monotone, ritmische geluid van stromend water lijkt bovendien op de geluiden die we in de baarmoeder horen, wat een diep gevoel van veiligheid oproept. Hoewel mensen niet per se amfibieën zijn, hebben we wel een onmiskenbaar diepe band met het water.

Het is druk op het water, waardoor er nauwelijks een moment voorbijgaat zonder dat we een hand opsteken of een bemoedigend knikje geven. Groeten is de norm op het water; niet alleen naar andere kapiteins, maar ook naar vissers en fietsers langs de kant. Het sturen en navigeren gaat soepel, en na ongeveer twee uur meren we aan bij de camping.

Niet om te kamperen, want we slapen in de kajuit — maar het is wel een ideale uitvalsbasis. Bovendien heerst er op de camping echt dat typische ‘vakantiegevoel’. Onze ouderlijke huizen liggen allebei op nog geen tien kilometer afstand, maar hier verblijven was tot voor kort iets wat nooit in ons opgekomen was. Des te groter was onze verbazing over hoe groot en levendig het hier eigenlijk is.

Maar bovenal genieten we van de natuur. Het regent, dus gewapend met een verrekijker kijken we vanuit de kajuit om ons heen. We zien een meeuw die keer op keer teleurgesteld wordt door zijn ouder, telkens wanneer die zonder eten terugkeert. Maar verder doen we vooral weinig, niks, eigenlijk, we rusten en staren uit over het water.

Onder het zachte licht van een olielamp spelen we ’s avonds een spelletje en kruipen daarna onder de dekens. Ondanks de krappe ruimte was de nachtrust prima, en zo rustig wakker worden is absoluut de moeite waard. De volgende dag gooien we de trossen los en varen we via dezelfde route terug.

Ditmaal mogen we een ander deel van de instructies die we een dag eerder leerden in de praktijk brengen: de noodstop. Langs de kade zien we een gevallen fietser, met zijn vrouw die hem niet meer overeind krijgt. Voor een eerste keer ging de noodstop best goed (we liggen in ieder geval netjes aangemeerd) en samen met een andere voorbijganger helpen we de man weer op de been.

Gelukkig bleek alles nog te werken, dus we varen weer verder en worden even later dankbaar ingehaald door het inmiddels herstelde stel. De rest van de terugreis verloopt zonder incidenten, wat ons de kans geeft om te zien wat we op de heenweg gemist hadden. Nadat we de boot weer in de haven aangemeerd hebben, worden we opgepikt en afgezet bij het treinstation, vanwaar we terug naar de stad gaan.

Ik besef dat toegang tot een boot niet voor iedereen even laagdrempelig is, wat de ‘mini’ in het avontuur enigszins in twijfel trekt. Toch is en blijft Nederland een waterland — iets unieks en lokaals, en daarmee voor geen enkele Nederlander echt ver weg. Bovendien is een boot zo gehuurd, en ook betaalbare boten zijn er nog genoeg.

Dus, dit is iets wat ik best wat vaker mag benutten. Inmiddels is het herfst, maar vanaf het voorjaar stel ik mezelf het concrete doel om meer tijd op het water door te brengen. Bovendien realiseer ik me dat een (verre) reis uit je eigen regio niet nodig is om dat vakantiegevoel te ervaren.

Noem het toeval of het lot, maar de boot was in elk geval treffend genaamd, een “Endeavor” was het zeker.